Feiten uit Nederland en Curaçao laten zien hoe schaars betrokkenheid is. Met één taal en één protocol rond sociaal-emotionele ontwikkeling verbinden we onderwijs, overheid en werkgevers zodat creativiteit vrijkomt voor onze wicked problemen.
Engagement klinkt misschien als een modewoord, maar de cijfers zijn glashelder. Volgens Gallup is wereldwijd slechts 21 procent van de werknemers echt betrokken bij hun werk. In de Nederlandse context ligt dat percentage rond de 16 procent. En dat terwijl bedrijven daar jaarlijks gemiddeld €1.020 per medewerker investeren in opleiding en ontwikkeling (CBS, 2020).
Wat betekent dat voor Curaçao, waar er structureel veel minder in mensen wordt geïnvesteerd? De harde realiteit: als Nederland met zoveel meer middelen slechts één op de zes medewerkers echt betrokken krijgt, dan is ons probleem hier nog groter.
De sociale context maakt dit nog pijnlijker. Bijna de helft van de kinderen op zonder vaderfiguur. Onder jongeren zien we een laag zelfbeeld bij ongeveer de helft en 30 procent ervaart stress, waarvan een deel ernstig. Voeg daar het fenomeen van brain drain aan toe, waarbij onze meest betrokken en talentvolle jongeren naar Nederland vertrekken, en het beeld is compleet.
Als engagement al schaars is wereldwijd, is het bij ons ronduit bedreigd. En dat is gevaarlijk, want de vraagstukken die op ons afkomen zijn geen simpele problemen, maar wicked problems: klimaatverandering, ongelijkheid, mentale gezondheid, AI-disruptie. Dit soort problemen vragen om creativiteit. En creativiteit komt alleen van mensen die zich verbonden voelen, die werken vanuit hun Anhelo di Kurason.
De vraag dringt zich op: als Nederland al worstelt met engagement, hoe gaan wij op Curaçao onze wicked problems oplossen met een nog zwakker fundament?
Engagement is geen fruitmand
Echte betrokkenheid ontstaat niet door teambuildingsdagen, workshops of een fruitmand. Engagement is een emotionele staat, een gevoel van verbondenheid. Het draait om Collectief Anhelo di Kurason: een gedeeld diepe verlangen.
Dat verlangen vinden en leren leven kost tijd. Uit ervaring weet ik dat dit jaren kost.
Het probleem is dat we daar geen systeem voor hebben, om mensen te helpen en volgens over de grenzen van organisaties heen. Geen gemeenschappelijke taal, geen data om sociaal-emotionele te concretiseren, geen proces om sociaal-emotionele ontwikkeling structureel te meten. Dus ook geen structurele investeringen in de mens. Zonder een protocol geen data, geen systeem, zonder systeem blijft engagement afhankelijk van toeval en individuen.
Waarom onderwijs de basis is
Onderwijs is de fundering van de samenleving. Hier bereiden we jongeren voor op de toekomst. Denk aan voetbal: professionele clubs investeren in academies waar talent vroegtijdig wordt gescout, getraind en gementord. Het hele ecosysteem, van jeugdteams tot Champions League, werkt samen vanuit één systeem.
Zo zou onderwijs ook moeten werken. Scholen zijn de academies van de samenleving. Leraren zijn de scouts en de mentoren. En het systeem, basisscholen, middelbare scholen, universiteit, overheid en werkgevers, moet samenwerken volgens één protocol en één taal.
Alleen zo bereiden we jongeren voor op de complexe toekomst die hen wacht.
Het belang van één protocol/taal/afspraken
Een systeem kan alleen functioneren als iedereen dezelfde taal en dezelfde protocollen hanteert. Dat geldt voor technologie, voor cultuur en net zo goed voor sociaal-emotionele ontwikkeling.
Denk aan telecom: je kunt alleen bellen omdat toestellen, providers en netwerken wereldwijd dezelfde protocollen gebruiken. Denk aan wijn: van de boer tot de sommelier tot de gast in het restaurant, iedereen spreekt dezelfde taal om kwaliteit te herkennen en te waarderen.
Dat is precies wat we missen bij sociaal-emotionele ontwikkeling, de voorwaarde voor engagement. Daardoor werken scholen, overheid en werkgevers vaak langs elkaar heen.
Met een gedeeld protocol ontstaat er samenhang. Scholen weten waar ze jongeren naartoe begeleiden. Werkgevers begrijpen welke sociaal-emotionele vaardigheden nieuwkomers meenemen. De overheid kan sturen en toetsen op iets dat niet abstract maar concreet en meetbaar is. En jongeren zelf leren een taal waarmee ze hun innerlijke drijfveren kunnen benoemen en delen.
Inspiratie voor dit proces
In mijn boek laat ik zien dat engagement begint bij het individu: mensen moeten hun eigen Anhelo di Kurason ontdekken en begrijpen. Pas dan kunnen zij zich verbinden met een groter collectief hartsverlangen.
Hierbij sluit mijn werk aan bij de Inner Development Goals (IDG) met vijf kerngebieden: Being, Thinking, Relating, Collaborating en Acting. Mijn vijf stappen sluiten daar sterk op aan. Het gaat om een proces dat we kunnen vertalen naar een protocol: één taal die leerlingen, docenten, overheid en werkgevers allemaal begrijpen.
Deze indicatoren zijn altijd contextafhankelijk en dynamisch en vragen om voortdurende dialoog. Mijn boek biedt inspiratie en kaders om dit proces op te starten.
Waarom Curaçao?
Juist omdat Curaçao klein is en de noodzaak enorm is, hebben we een unieke kans. De cijfers zijn zorgwekkend, maar onze schaal maakt ons wendbaar. Waar grote landen log en traag bewegen, kunnen wij onszelf positioneren als een living laboratory. Hier kunnen we relatief snel alle betrokkenen rond de tafel krijgen, afspraken maken, experimenteren, leren, bijsturen en het systeem stap voor stap verbeteren.
We staan bekend om onze gepassioneerde manier van leven. Wanneer we die passie en emotie systematisch in het onderwijs weten te brengen, kunnen we daarin uitblinken en een voorbeeldland worden. Juist door het voortouw te nemen in de ontwikkeling van één gemeenschappelijk protocol en één taal voor sociaal-emotionele ontwikkeling, kan Curaçao laten zien hoe onderwijsinnovatie de motor wordt van betrokkenheid en creativiteit.
Kritieke succesfactor: een ander soort protocol
Veel protocollen hebben in het verleden goed gewerkt. Ze zorgden voor technische afspraken en systemen die efficiëntie en samenwerking mogelijk maakten. Maar het protocol dat wij nu nodig hebben, is fundamenteel anders.
Dit protocol gaat niet over techniek, maar over menselijkheid, over sociaal-emotioneel ontwikkeling. Het moet van boven én van onderaf komen. Beleidsmakers moeten het ondersteunen, maar jongeren, docenten en organisaties moeten het ook zelf willen.
Juist dit wederzijdse dragen, van boven naar beneden én van beneden naar boven, maakt dit protocol fundamenteel anders dan alles wat we gewend zijn.
Het is niet slechts een afspraak.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid om menselijkheid systematisch te verankeren.
Maar let op: dat lukt alleen als het ook begeerlijk is.
Net zoals jongeren smachten naar de nieuwste Nike drop, moeten zij dit protocol ook wíllen.
Niet omdat het moet. Maar omdat het cool is. Relevant. Van hen.
We maken sociaal-emotionele ontwikkeling tot iets wat je graag investeert,net als in je stijl, je skills, je toekomst.
Want dit gaat over de nieuwe generatie.
En dat vraagt een andere vorm van marketing dan we gewend zijn in overheid, onderwijs en instituties.
Daarom is samenwerking met grassroots-bewegingen geen luxe, maar een voorwaarde.
Zij begrijpen wat verlangen wekt, waar de verbeelding borrelt en identiteit zich vormt.
Kaya Kaya bewees dat.
Niet met een beleidsnota, maar met beats, muren vol kleur en straten die weer ademden.
Zij maakten Otrobanda weer begeerlijk. Hip. Sexy.
Niet door te zeggen: “dit moet je begrijpen”,
maar door te laten voelen: “hier wil je bij horen.”
De Universiteit van Breda bevestigde de impact: wat in Otrobanda gebeurde, is zelfs in Nederland bijna onmogelijk. Juist door de schaal, de snelheid en de informele kracht van het eiland.
Dat is onze voorsprong.
En dat is precies waarom dit protocol niet alleen systeemverandering is,
maar ook culturele hacking.
Een oproep aan docenten
Docenten, jullie zijn de scouts van onze samenleving. Jullie zien als eerste waar het potentieel zit. Jullie hebben de sleutel in handen om jongeren te helpen hun Anhelo di Kurason te vinden, te begrijpen en uiteindelijk te leven.
Als iedereen een mentor is, dan is elk klaslokaal een motor voor maatschappelijke vernieuwing. Maar daarvoor hebben we één taal en één protocol nodig. Alleen dan kunnen al die losse schakels samen één geheel vormen.
Recente reacties